Foto: Martijn Kraan

Column Ulevel: Achterhoek

  Nieuwsflits

Welke idioot had deze omgeving ooit de naam 'Achterhoek' gegeven?

Wielrennen heeft mijn interesse en nu we zijn verstoken van live sport en we ons moeten behelpen met digitaal surrogaat is het een goed moment om weer eens een wielerboek te lezen. De wielersport is een dankbaar onderwerp om over te schrijven met zijn bovenmenselijke prestaties, intriges en verdachtmakingen. In mijn collectie heb ik publicaties uit verschillende tijden van oud-wielrenners, journalisten en fans. 'De Renner' van Tim Krabbé blijft een parel. Peter Winnen levert proefondervindelijk bewijs.


Een erkend wielerfanaat is Wilfried de Jong. De kale presentator, theaterman en columnist doet verslag van zijn belevenissen als toerfietser en supporter. In 'De man en zijn fiets', waarop hij op de omslag naakt is afgebeeld met een wiel in zijn hand op een uitgestorven landweg in Noord-Frankrijk, zijn vooral NRC-columns gebundeld. De Jong beschrijft zijn fietstochten als wielertoerist en kan smakelijk verhalen over zijn bezoeken aan Belgische koersen. Op één van zijn fietsvakanties is Ruurlo zijn uitvalsbasis en hij peddelt een week door Achterhoekse dreven. En geniet.


Hij schrijft: 'Al kilometerslang reed ik op een smal pad door een landschap dat ik alleen van schilderijen van oude Hollandse meesters kende. De bladeren van de bomen hadden een hardgroene kleur die ik in de stad al jaren niet meer had gezien. En toen ik over een bruggetje fietste en naar het riviertje keek, kon ik de begroeiing op de bodem zien meedeinen met de stroom. Zo helder was het water. Welke idioot had deze omgeving ooit de naam 'Achterhoek' gegeven?


Het antwoord is dat de eerste vermelding van de naam wordt toegeschreven aan dichter Willem Sluyter, maar het is natuurlijk een retorische vraag. Ik laat de vraag van De Jong indalen. En hoe gechargeerd het misschien ook is, hij heeft hier wel een punt. Ik begrijp zijn wanhoopskreet. De naam is denigrerend en nodigt niet uit. Het versterkt het beeld dat het gros van de Nederlanders heeft. Een achtergebleven, achterlijk gebied. Een godvergeten land, waarvan de toegangswegen met krantenpapier zijn dichtgeplakt, dat je liever mijdt als de pest (of de corona).


Met die naam kun je wel de boer op, maar verder kom je ook niet. Al die ondernemers en afgevaardigden uit de ambtelijke en toeristische sector, die veel vergaderen over het 'verkopen' van deze streek en zijn specialiteiten in boards en thematafels met namen als Achterhoek Toerisme, Achterhoek Promotie, Achterhoek Board enz., zitten opgescheept met die naam.


Een geuzennaam is het ook nooit geworden, maar de meeste Achterhoekers zijn er maar wat trots op. Zo'n vlag is aandoenlijk, maar ook niet meer dan dat. Die is toch meer voor intern gebruik en het wij-gevoel, als je daar gevoelig voor bent.

Hup De Graafschap!

Meer berichten