Foto: Martijn Kraan

Column Ulevel: Herman

  Nieuwsflits

“Wat gaat de tijd toch snel. Het lijkt wel of het de laatste tijd steeds sneller gaat. Is dat al zolang geleden?” Er gaat geen dag voorbij of je hoort het wel iemand zeggen. Vooral medemensen van de dagen oud en grijs. Ik vind het over het algemeen gezeur, maar ik ben ook maar een onschuldige voorbijganger en betrapte mijzelf enkele dagen geleden op de gedachte: ‘Goh, al twintig jaar geleden?’ Het ging over het feit dat Herman Brood zich in die tijd van het Hilton Hotel liet vallen naar de eeuwige roem. Vanaf het moment dat hij bij Cuby and the Blizzards ging spelen heb ik hem gevolgd. Niet als stalker of groupie, maar als muziekliefhebber. Hij was wat jaren ouder dan ik, maar wij hadden dezelfde geboorteplaats Zwolle gemeen. Bovendien werkte oom Agge in de fabriek bij vader Brood, maar dat hoorde ik op een kringverjaardag en toen was er nog geen sprake van Herman.

In mijn pre-puberjaren op de kamer boven opa en oma draaide ik o.a. Boudewijn de Groot en Procol Harum op vinyl. Ik bewoog er uitbundig bij. Oma kwam wel eens de trap om mij tot rust te manen, want de lamp boven de eettafel ging hevig heen en weer. Opa vroeg of ‘A Whiter Shade of Pale’ wat harder kon, want hij genoot van het orgelspel. En ik kocht ook ‘Window of my eyes’ van Cuby. Herman ging weg bij de band uit Grolloo en werd vervangen door Helmig van der Vegt van de Zwolse formatie Blues Dimension. De legendarische ritmesectie Herman Deinum en Hans La Faille ging mee. Blues Dimension was onthoofd en werd nooit meer zo succesvol. Ik was fan, want het was de band van mijn eerst liveconcert op 12-jarige leeftijd in park Eekhout. Herman was dus indirect verantwoordelijk voor de nakende teloorgang van mijn idolen. Zo dacht ik toen.

Herman trok naar het noorden. Ik vertrok verder oostelijk. In de Achterhoek was The Wild Romance erg populair en stond met grote regelmaat op de buurtpodia. Ik had net zo’n kuif als Herman en heb vaak concerten van de band bijgewoond. Verschillende keren van erg dichtbij. Als vrijwilliger bij het roemruchte poppodium ‘t Pakhuus in Silvolde deed ik coördinatie bij optredens. ‘s Ochtends aanwezig bij de opbouw en daarna begeleiden van de band. Zoals veel streekgenoten heb ook ik mijn verhalen over belevenissen met Herman en band.

Bijvoorbeeld bij het optreden toen zijn zoon, die was ontsproten uit een relatie in Groningen en dezelfde voornaam heeft als ik, roadie was. De bandleden wel, maar Herman kwam dus nooit voor en na het concert in de zaal. Voor de kleedkamer stond na afloop altijd een horde opgewonden groupies onrustig te wachten. De zoon kwam buiten en wees diverse dames aan, die naar binnen mochten om zijn vader in de kleedkamer te verblijden.

Of die keer dat het rietje van de sax van Boris van der Lek tijdens het eerste nummer kapot was. Samen stonden wij voor een gesloten kleedkamer. Waar was manager Koos? Na veel geroep antwoordde hij vanuit het toilet. Na onze uitleg gooide hij ontstemd de sleutel door een kier.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden