<p>Ria Tuenter.</p>

Ria Tuenter.

(Foto: )

Column Ria Tuenter: Lessen voor het leven

  Nieuwsflits

Ik krijg een appje van onze oudste zoon. Het is een foto waarop hij in kleermakerszit op de grond zit. In zijn handen heeft hij een voorleesboek. Om hem heen zit een groep peuters die, zo te zien, allemaal heel aandachtig naar zijn verhaal luisteren. “Leuk hè? Ik lees ‘De wedstrijd van Schildpad en Haas’ voor”, schrijft hij erbij.

De foto raakt me. Ik word er blij van en tegelijkertijd ontroert ie me. Hij zit daar zo op zijn plek. Maar de ontdekking dat ie daar hoort, heeft wel wat tijd gekost. Toen hij in 4 Havo een vervolgstudie moest kiezen, werd dat journalistiek. De opleiding was geweldig, maar daarna een baan vinden, viel niet mee. Na enkele omzwervingen werkt hij nu als bureauredacteur van vakbladen. Een leuke job met nog leukere collega’s.

De foto raakt me. Ik word er blij van en tegelijkertijd ontroert ie me. Hij zit daar zo op zijn plek.  

Toch merkt hij na een paar jaar dat hij dit niet tot zijn pensioen wil doen. Zijn roeping ligt ergens anders en wel in het onderwijs en in het werken met kinderen. Hij neemt een moedig besluit en begint, naast zijn huidige baan, met een deeltijdstudie PABO. Het is hard werken, maar dat deert hem niet. Hij gaat zijn droom achterna en doet waar hij gelukkig van wordt.

Op de foto spat het geluk er inderdaad van af. Als moeder ben ik enorm trots op zijn doorzettingsvermogen. Hij heeft zijn roeping gevonden en geniet ervan om kinderen wijze (levens)lessen mee te geven. En de kinderen zijn zichtbaar blij met hem als hun leraar.

Dat een leraar echt het verschil kan maken, heb ik zelf ervaren. Op de lagere school - de Koningin Wilhelminaschool in Varsseveld - had ik een favoriete leraar: Bert Garssen. Maar liefst drie jaar (klas 3, 4 en 5) hadden we les van hem. Hij week duidelijk af van het standaardbeeld van de autoritaire schoolmeester. Bij hem stond niet de schoolprestatie voorop, maar het individu. Hij hield van ieder kind evenveel, ongeacht afkomst of intelligentie. Met z’n allen was je de klas. Niet híj bepaalde, we deden het gezamenlijk. In zijn klas voelde je je veilig. Er werd niet gepest en je had respect voor elkaar. Zo’n leraar gun je elk kind.

Later op het VWO had ik nog een memorabele leraar: Nico Berkelaar. Een flamboyante man, die je soms vervloekte vanwege zijn strenge manier van lesgeven. Hij stamp(voet)te letterlijk de werkwoordvervoegingen in onze hoofden. Ik kan de rijtjes nog opdreunen: je suis, tu es, il est, nous sommes, vous êtes, ils sont. Maar naast het onderwijzen van de Franse taal, vertelde hij ook enthousiast over de Franse schilderkunst en dan vooral over het impressionisme. Door hem hoorde ik verhalen over Monet, Manet en Renoir en over zijn favoriet: Toulouse Lautrec. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk, ik hing aan zijn lippen. Het respectvol omgaan met mensen en de interesse voor schilderkunst zijn maar twee voorbeelden van wijze levenslessen van docenten.

Ik neem het al nu al meer dan 40 jaar mee in mijn leven. En daar ben ik nog steeds heel blij mee. Jaren geleden zat er onverwacht een pakketje in de bus. Een sprookjesboek van Perrault met een handgeschreven kaartje van monsieur Berkelaar, biensûr en français. Hij had in de krant gelezen dat ik bevallen was van mijn eerste zoon en vond dat een cadeautje waard. Ik heb er regelmatig uit voorgelezen. En nu leest diezelfde zoon weer voor aan zijn leerlingen. De cirkel is rond.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden