Foto: Martijn Kraan

Column Ulevel: Schoon

  Nieuwsflits

‘Hou ‘t schoon. Dat doen we gewoon.’ Het is de slogan van de eind vorig jaar gestarte campagne tegen zwerfafval van Oude IJsselstreek. De gemeente noemt het een campagne tegen ‘zwerfafval in de buitenruimte’, maar het woord zwerfafval omvat dat al. De toevoeging buitenruimte is overbodig en kan tot verwarring leiden. ‘Langs de weg’ was dan beter geweest. In dat bericht in Gemeentenieuws in deze krant staat meer dubieuze tekst. Citaat: ‘Met de campagne wordt een eenduidige boodschap uitgedragen’. De tekstschrijver van de gemeente wilde ‘een boodschap uitdragen’ en heeft nog snel wat neergepend vóór de laatste kerstinkopen. Al jaren wordt overheidsinstanties op het hart gedrukt kort, bondig en begrijpelijk te communiceren. Ook in onze gemeente is zo’n 10% van de inwoners laaggeletterd, mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Zij vinden woorden als campagne en slogan al moeilijk te vatten.

Maar zo’n actie is natuurlijk goed als bewustmaking. We lezen regelmatig over particuliere initiatieven van pensionado’s, die met zak en prikker langs de weg lopen en het schoonmaken van de berm als een missie zien. Begin jaren zestig van de vorige eeuw startte de landelijke campagne ‘Opgeruimd staat netjes’. Ik zie nog de poster voor mij van een jongetje in tuinbroek op teenslippers en met stekelhaar. Netjes is een woord uit de tijd van de zondagse kleren, maar de bedoeling van ‘Opgeruimd staat netjes’ is duidelijk en het wordt nog vaak gebruikt. Ook in de aanloop naar de verkiezingen door politieke partijen om aan te geven dat de regering moet opzouten. Deze gemeente bedacht het eigentijdse: ‘Hou ‘t schoon. Dat doen we gewoon.’ Maar ‘kommaatje tee’ is voor de ongeoefende lezer een vraagteken en struikelblok. Het is populair bij de gemeentelijke afvalschrijvers, want als het over de gekleurde afvalbakken gaat lezen we ‘Soort bij soort. Zoals ‘t hoort’ en ‘Waar hoort ‘t eigenlijk?’.

Over lezen en schrijven gesproken. Het coronajaar was ook het jaar van het boek. Er is een enorme hoeveelheid boeken verschenen. Er zijn diverse redenen. Allereerst gewoon geldelijk gewin. Zo heb je de broodschrijvers, die van hun publicatie moeten leven. Auteurs als Tommy Wieringa kunnen dat prima. Anderen: (ex-)sporters, acteurs, cabaretiers, (ex-)sportverslaggevers, criminelen en columnisten hopen op een leuke bijverdienste in komkommertijd nu reguliere inkomsten zijn weggevallen. Het boek vult het bord.
Weer anderen, zoals wereldvreemden, piskijkers, verzamelaars, godsdienstfanaten en zondagsdichters zien het als een middel ‘om hun boodschap uit te dragen’.

Al die boeken. Is dat erg? Schaadt overdaad? Nee hoor. Als gewezen boekverkoper kan het me niet genoeg zijn. Het kan als e-book, maar het moet voor mij op papier. Een boek moet je kunnen voelen en ruiken.

2020 was het coronajaar. 2021 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot ‘Internationaal Jaar van Groenten en Fruit’. Hopelijk wordt het niet weer komkommertijd.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden