Column Mam raakt kwijt door Ria Tuenter: Onze verwen-oma | Oude IJsselstreek Vizier


Foto:
Column Mam raakt kwijt

Column Mam raakt kwijt door Ria Tuenter: Onze verwen-oma

  Nieuwsflits

(geschreven door kleinzoon Thom)

Bij oma mocht alles. Of nou ja, bijna alles. Samen met mijn broertje Matthijs en mijn nichtjes Helma en Simone voetbalden we vaak met een plastic kegelbal op de bovenverdieping van haar huis. Daar hadden we de ruimte. Maar er was ook een open houten trap, waarlangs die kegelbal regelmatig met veel kabaal naar beneden kukelde. Vanuit de woonkamer hoorden we oma dan roepen: “Hé, hou eens op met die herrie!” Daar bleef het altijd bij, ze gunde ons alles, ook ons spelplezier.

Als we met z’n vieren bij haar logeerden, riep ze wel vaker naar boven. Nu kunnen we er alleen maar om lachen, toen was het gewoon ‘typisch oma’. Net als haar ochtendritueel. Welke dag van de week het ook was, oma was vroeg uit de veren om de gordijnen open te doen. Wat zouden de buren anders wel niet denken! Als ze een kwartiertje later het ontbijt klaar had, riep ze net zo lang onder aan de trap “zijn jullie wakker”’ tot ze “nu wel ja!” hoorde. Als we dan beneden kwamen, was het meteen feest. Oma was namelijk een echte verwenoma. Bij het ontbijt stonden allerlei soorten broodjes, een complete slagerij en een hoeveelheid zoetigheid op tafel waar Winnie de Poeh zich voor zou schamen. Iedere keer zette zij alles op alles om ons zoveel mogelijk te verwennen. Daar werd ze gelukkig van.

Mijn broertje en ik mochten zelfstandig douchen. Bij mijn nichtjes ging oma altijd mee. Omdat ze een lange en dikke haardos hadden en oma het lastig vond om die natte haren te kammen en te verzorgen, moesten ze altijd een douchemuts op. De meiden kunnen het zich nog goed herinneren: “Zo’n enorm grote plofmuts met bloemetjes. Als je dan met je hoofd onder de waterstraal stond, maakte dat zo’n kabaal dat je niks meer om je heen kon horen. Hoewel het een spuuglelijke muts was, vonden we het stiekem ook wel grappig om zo te moeten douchen. Het hoorde gewoon bij het logeren bij oma.”

Een ander hoogtepunt van iedere logeerpartij waren oma’s pannenkoeken. Ik heb in mijn leven nooit lekkerdere pannenkoeken gegeten dan bij haar. Allemaal waren ze aan beide kanten perfect bruin. Pas als wij onze buikjes tonnetjerond hadden gegeten, begon oma aan haar eigen avondmaal. Eerst kwamen wij, daarna dacht ze pas aan zichzelf. Dat typeert oma. Het ontbrak ons aan niets, zeker niet aan eten. Thuis hoorden we wel eens: “Het is hier geen hotel!” Bij oma leek het wel het ‘Hilton’.

Ons logeerbed had ook Hilton-allure. Er stond een gigantisch tweepersoonsbed op de bovenverdieping. Verder stond er een eenpersoonsbed en kon er nog een matrasje op de grond worden gelegd. Als we met ons vieren bleven slapen was het altijd ‘knokken’ voor de beste slaapplek. Het tweepersoonsbed gebruikten we soms ook stiekem als trampoline. Geweldig vonden we dat. Tot die ene dag… We sprongen zo hard dat we door het bed zakten. Dat was de eerste en tevens laatste keer dat oma echt boos op ons was.

Meer berichten