Foto: Remco Alberink

Handen omhoog

Na de oliebollen en het vuurwerk is 2020 al twee weken aan de gang. Zoals wel vaker zal het nieuwe jaar voortborduren op het pad dat het oude jaar heeft achtergelaten. Daarbij wenste ik op 1-1-2020 vele mensen een gelukkig nieuwjaar, veel gezondheid, veel geluk en weinig angsten.

Zelf had ik mijn vuurdoop in het nieuwe jaar wat dat laatste betreft al in het land van onze oosterburen, en niet te zuinig. In de druipsteengrotten van Bad Grund in de Harz ging het gruwelijk mis. Na vele trappen beklommen te hebben, van die natte glibberige trappen van steen, waren we aan het eind van de rondleiding. Of we daarna het pad wilden volgen naar de uitgang, zo besloot gids Hilde. Ik keek de diepte in, mijn hoogtevrees won het van een lekker Duits hapje in het restaurant bij de uitgang en ik gaf pardoes aan dat die 'dodentrap' op de terugweg voor mij echt geen optie was.

De rondleidster zag dat ik absoluut geen grapje maakte, repte nog over de volgende rondleiding die op punt van beginnen stond en probeerde me met een stukje appel op mijn gemak te stellen. "Ik hoef geen appel, dank u wel. Ik ben niet misselijk, ik zie het alleen niet zitten om met mijn hoogtevrees deze trap terug te nemen."

´Ik zie het alleen niet zitten om met mijn hoogtevrees deze trap terug te nemen´

Ik zag de vertwijfeling in haar ogen en beeldde me al een reddingsteam in mijn gedachten in, vier potige kerels die mij zouden bevrijden. De vrouw opperde dat de Rettungsdienst zou worden ingevlogen, alsof ik daardoor ineens geen hoogtevrees meer had.

Een kwartier later, we zaten nog steeds in het centrum van de Iberg, kwam ze met de kaartjescontroleur aanzetten. Deze lieve dame probeerde me op mijn gemak te stellen. Ze stelde voor de nooduitgang te gebruiken, maar wees me ook op de royale lengte ervan. Twee trappen omhoog die leiden naar een oude toegangsdeur die slechts sporadisch gebruikt werd. Ik twijfelde, besefte toch dat ik uit die berg moest en vroeg haar het pad omhoog te effenen en te ontdoen van bordjes ´verboden toegang´.

Ik deed mijn jas uit, had het best warm, en beklom de eerste trap. Van het plateau maakte ik amper gebruik, ik schakelde volleerd door naar de derde versnelling en keek omhoog. Twaalf miezerige treetjes scheidden mij van de buitenlucht. Ik sprintte bijkans omhoog en was zo opgelucht toen ik buiten was.

Wat de dame in kwestie niet vertelde, was dat ik vervolgens via een pad ruim drie kwartier naar beneden moest lopen. De paadjes waren zelfs gevaarlijker dan de trap in de berg, de dieptes waren enorm, maar ik had geen keus. Als ik viel, dan viel ik hard en diep, ging er door mijn gedachten. Maar ik heb het gered, kwam met twee armen in de lucht op de parkeerplaats beneden en startte snel de auto, weg van de onheilsplek. U snapt, voor mij geen Harz meer, hoe mooi ook de regio. De familiecamping in Sinderen is meer mijn ding, lekker vlak ook.

Meer berichten

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden