Foto: Martijn Kraan

Column Ulevel: Druïde

De DRU Cultuurfabriek vierde het 10-jarig jubileum. Een mooi moment voor een interview met directeur Juliëtte Hofman, dacht deze krant. In het goed nieuws verhaal noemde zij wijselijk niet de weerstand, die er vanaf het begin tegen het geldverslindende project bestond en bij veel burgers nog bestaat. Dat kreeg vorm in het inmiddels opgeheven Comité van Verontruste Burgers, dat tot significant andere berekeningen kwam dan de gemeente. Het kostte één politieke partij veel stemmen, terwijl die andere toenmalige coalitiepartij nog steeds aan de macht is.

'De spruit van Haverdil' is een puber geworden. Er gebeurt heel veel op cultuurgebied. Al is er natuurlijk niet de toon gezet en is het soms een voortzetting van reeds bestaande activiteiten, die in de nieuwe locatie een plek kregen. De Smeltkroes en 't Pakhuus moesten verdwijnen. De bibliotheek vond er onderdak enz.

Ook De Gelderlander had een vraaggesprek met mevrouw Hofman. Eén opmerking sloeg in als een bom. Wat een grapjurk, die Juliëtte! Luid snikkend lag ik plat op de rug. Zij verklaarde dat vóór de komst van de DRU de Achterhoek een witte vlek was op popgebied. Was het grap of ernst? Indien het laatste dan getuigt het van een wereldvreemde arrogantie en een sneer naar zoveel organisatoren, die in de afgelopen jaren snaarvirtuozen een podium boden. Er was niets en de druïde schonk haar toverdrank en hup daar staat de Achterhoek op de popkaart.

Nu komt de hoofd-druïde niet uit Oude IJsselstreek, maar wel uit Aalten. En dat is toch ook Achterhoek. Zou ze nooit hebben gehoord van oercafé Schiller, dat al decennia bands een podium biedt? In Silvolde, Terborg en Ulft organiseert men al vanaf midden jaren zestig live concerten. Zo trad fenomeen Van Morrison al in die jaren in sporthal De Paasberg op. 't Pakhuus, dat plaats moest maken voor de DRU, was erkend Nederlands poppodium. Café Pan haalde legendarische rockgrootheden uit Amerika en Engeland naar Silvolde. En ga zo maar door!

Bij de totstandkoming van de DRU Cultuurfabriek verwoordde ik tegen de ex-wethouder van cultuur de bezorgdheid van de zaalhouders, die een grote concurrent zagen opdoemen. Hij bagatelliseerde de onrust en antwoordde dat de DRU alleen aanvullend zou programmeren. Dat was een onwaarheid en dat wist hij natuurlijk zelf ook. Zo is het nooit geweest en sommige kleine podia in de regio zijn vanwege de concurrentie gestopt met live muziek. Ik kom graag in de popzaal van de DRU, maar ook dikwijls in kleine kroegen, die - vaak minder bekende - bands een podium bieden. De DRU is schatplichtig aan de kleine podia, die het publiek ongesubsidieerd enthousiast hebben gemaakt voor live muziek. Het trucje is niet door de DRU uitgevonden, maar al zo vaak eerder gedaan. Maar goed kopiëren en verbeteren is ook een kunst. Op naar nog veel jubilea!

 

 

Meer berichten