Foto: Martijn Kraan

Column Ulevel: Brood

De ambachtelijke bakkersorganisatie luidt de noodklok. Dat is serieuzer dan het luchtalarm elke maandag om 12 uur. Voor de bakkers is het blijkbaar vijf voor twaalf en het volk zal het weten. Het lijkt er op dat wij straks ons halfje bruin moeten missen, maar dat is natuurlijk niet zo. Het woord ambachtelijke bakker doet mij denken aan een reclamecampagne van tientallen jaren geleden. De zelfstandige bakkers met een eigen oven mobiliseerden zich tegen de opkomst van de broodfabriek en in een reclamecampagne was het begrip 'warme bakker' geboren. Ome Roelof was bakker. Nou ja, in de volksmond, want hij bakte niet zelf. Hij ging met een broodkar langs de huizen en ventte brood uit. Voor zo'n groot bakkersconcern. Als ik hem wel eens op straat tegenkwam kreeg ik een krentenbol. Tegen alles, iedereen en mij riep hij dan verongelijkt: 'Warme bakker? Wat denken die kadetten wel? Dat wij koud bakken?'


Alweer even geleden kwam ik in gesprek met plaatselijke bakker Bert. 'Je moet voor de krant eens wat over ons schrijven', zei hij. 'Over wat er bij komt kijken voordat het brood op de plank komt.' Ik ging op zijn uitnodiging in om het bakkersvak van nabij mee te maken en meldde mij 's avonds in de bakkerij. Ik leerde van alles over het bakproces en werkte op mijn manier mee. De fotograaf kwam ook nog even langs en met wat witte vegen op mijn gezicht leek het professioneel. Het is geen gemakkelijk werk, dat zeker niet. En het werk in de nachtelijke uren went nooit, volgens mijn bakker. Daar weten velen, die nacht- en ploegendiensten draaien over mee te praten. Het is een inbreuk op je sociaal leven. Maar de bakker creëert werkelijk iets van niets. Daar haalt Bert nog steeds zijn voldoening uit. Ik vond het om 1 uur 's nachts wel mooi geweest en tijd om te overdenken in de belendende horecagelegenheid. De bakker bakte nog even door.

Wij koesteren oude ambachten als koperslagers, smeden en klompenmakers, maar een bakker valt daar natuurlijk ook onder.

Meer berichten