Foto: Martijn Kraan

Vlag

'Jongen, je vlagt', zei mijn moeder. Veel Nederlanders hadden weer het rood-wit-blauw aan de gevels op Koningsdag, Bevrijdingsdag en op 4 mei halfstok. Bij het zien van de driekleur op die dagen denk ik aan mijn jeugd. Mijn ouders waren koningsgezind en de familie had veel verloren tijdens de oorlogsjaren. Toch werd er niet gevlagd. Wij bezaten ook geen landsvlag. Mijn ouders deelden lief en leed niet wapperend met de buitenwereld. Maar ik vlagde dus wel vaak. Dat was echter van een heel andere orde. Het was het hemd uit de korte broek.

De jeugd van toen had een onderhemd aan. Noodzakelijk, want in mijn herinnering waren die dagen altijd somber, koud en kil. Het woord luxe bestond nog niet in de jaren van wederopbouw en dus was zo'n kledingstuk bepaald geen luxe, maar broodnodig voor de lichaamstemperatuur. Als je je uitbundig op straat bewoog hing algauw die witte lap op je onderrug uit je broek. 'Jongen, je vlagt.' Ik was niet de enige. Een hele generatie gaf zich over aan de toekomst. Het kledingstuk is nu veelal vervangen door het vanuit Amerika overgewaaide t-shirt. Het onderhemd heet nu een tanktop en wordt uitsluitend gedragen door mannen met wanstaltige bi- en tricepsen. 'Doe toch een borstrok aan', zei mijn oma. Dat was voor de echt strenge winters en ging nog weer over dat onderhemd heen en was een wollen gebreid onderhemd, dat vreselijk kriebelde.

Ik lees dat het goed gaat met de verkoop van de Achterhoekse vlag. De plattelandsvlag hangt aan veel Achterhoekse gevels zodat de Achterhoekers weten dat ze in de Achterhoek zijn. Zo zag ik tot mijn verbazing dat mijn voetbalclub bij thuiswedstrijden zelfs de clubvlag heeft vervangen door het Achterhoeks groen. De grensrechter (assistent) vlagt zonder hemd uit de broek. Ik vlag niet meer.

Meer berichten