Foto:
Biebtip

Biebtip: De kunst van het verliezen van Alice Zeniter

OUDE IJSSELSTREEK - Deze krant en bibliotheek Achterhoekse Poort werken samen in de online rubriek Biebtips. Elke twee weken geeft een medewerker van de bibliotheek een tip voor een boek of dvd.

Deel 140 door Irene Sohilait:

De kunst van het verliezen van Alice Zeniter

‘Dit boek moet je eens lezen’ zei een lener toen hij L'Art de perdre van de Franse schrijfster Alice Zeniter terugbracht.

Het is zeer de moeite waard. Het is al vertaald in het Nederlands. Gelukkig maar, want lezen in het Frans gaat me niet lukken. En de lener had gelijk, het is inderdaad een boeiende beschrijving van de Geschiedenis van de Algerijnen die in de onafhankelijkheidsoorlog de kant van de Fransen kozen en hun lot daarna. Tevens een interessante beschouwing over identiteit, een zeer actueel onderwerp.

De Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog was van beide zijden een van de smerigste en wreedste oorlogen uit de dekolonisatie. Ook in Frankrijk zelf hadden ‘de gebeurtenissen’ ingrijpende gevolgen: een nieuwe grondwet, een binnenlandse terreurorganisatie die Algerije wilde behouden, een bijzonder spectaculaire aanslag op president De Gaulle door behoudende legerofficieren, een tot op de dag van vandaag onbekend maar zeer aanzienlijk aantal Algerijnse demonstranten dat op een kwade dag in de Seine verdronk zonder dat de overheid er ooit veel woorden aan vuil heeft willen maken.

Eén van de allerpijnlijkste aspecten is het lot van de harki’s, de Algerijnse soldaten die de Fransen hielpen bij de bestrijding van het Nationaal Bevrijdingsfront, de beweging die op Allerheiligen 1954 de opstand tegen de koloniale macht ontketende en die vanaf de onafhankelijkheid in 1962 tot nu toe de macht heeft behouden. Alice Zeniter stamt uit een Algerijnse familie, en zij beschrijft de tragedie van de harki’s - want dat is het - van binnenuit. Zij doet dat min of meer door de ogen van de hoofdpersoon Naïma, een jonge, modern Parisiënne van een jaar of dertig die op een dag besluit dat ze meer wil weten over haar familiegeschiedenis.

Haar grootvader Ali, een belangrijk werkgever in zijn afgelegen bergdorp, was behalve een plaatselijke notabele ook een veteraan die in de Tweede Wereldoorlog met de Franse troepen deelnam aan de beruchte slag bij Monte Cassino. Gedecoreerd maar zwijgzaam keerde hij uit de oorlog terug. Zijn vrije tijd brengt hij grotendeels door in de plaatselijke ontmoetingsplek voor Algerijnse oud-strijders uit het Franse leger.

Mooi beschrijft ze hoe Ali na het uitbreken van de opstand, na enig aandringen en aanvankelijk eigenlijk zonder er veel bij na te denken, hand- en spandiensten verricht voor het Franse koloniale leger. Maar in de ogen van de opstandelingen betekent het dat Ali een harki is, een verrader. Het zet het leven en de onderlinge verhoudingen van de personages op hun kop.

Weinig harki’s slaagde er na de onafhankelijkheid in om naar Frankrijk te vertrekken. De meeste achterblijvers wachtte een gruwelijk lot. Menigeen werd later dood aangetroffen met ‘de Kabylische glimlach’: een van oor tot oor doorgesneden keel. Maar Ali weet per schip te ontkomen.

Het lot van de gevluchte harki’s is echter evenmin te benijden. Ali, zijn vrouw en eerste twee kinderen komen voor lange tijd terecht achter het prikkeldraad van het kamp Rivesaltes, waar hun leven niet veel beter is dan dat van gevangenen.

Wanneer Ali, zijn vrouw en inmiddels talrijke kinderen na vele jaren uiteindelijk in een Normandisch stadje een flatje kunnen betrekken, is dat armetierige onderkomen voor hen het paradijs. Ali bemachtigt een fabrieksbaantje. Hij kan met zijn gezin eindelijk weer iets van een eigen Algerijnse wereld scheppen.

Maar in Frankrijk vervreemdt hij van zijn kinderen, en Naïma, de dochter van Ali’s oudste zoon Hamid, leidt als assistente van een Parijse galeriehouder, op het eerste gezicht een volmaakt verwesterd bestaan. Totdat haar baas en minnaar haar vraagt een expositie te organiseren met werk van Lalla, een Algerijnse schilder die ernstig ziek is. Op zoek naar jeugdwerk van Lalla reist Naïma af naar Algerije. Het land blijkt vuil en loopt in vele opzichten bij de rest van de wereld achter. Zij belandt er tenslotte, zonder het echt te willen, bij haar familie in het geboortedorp van Ali, waar “de baardmannen” het inmiddels voor het zeggen hebben. Daar raakt ze zich bewust van de onontkoombaarheid van haar dubbele identiteit en weet ze zich uiteindelijk te verzoenen met de onverzoenbaarheid van de twee helften waaruit zij en haar leven nu eenmaal bestaan.

Meer berichten