Foto: Roel Kleinpenning

'Overtuigd dat het gesprek werkt'

door Maurits van Aalst

Oude IJsselstreek - Overlast door jongeren wordt - zo stellen de deskundigen - in het merendeel van de gevallen alleen als dusdanig ervaren, maar is het in feite niet. Desalniettemin krijgt toezicht op jongeren in de leeftijdscategorie van 12 tot circa 25 jaar de hoogste prioriteit binnen het handhavingsbeleid van Oude IJsselstreek. Met ingang van 2019 zet de gemeente een nieuwe ketenbrede koers in, waarbij door middel van nauw contact met de jongeren de groepsdynamische werking in beeld wordt gebracht om eventuele overlast in de kiem te smoren.

"Bij negen van de tien meldingen is eigenlijk helemaal geen sprake van overlast", zegt Bram Walta, integraal handhaver van de gemeente Oude IJsselstreek, wijkhandhaver voor Ulft, Ulft-Centrum, Bontebrug, Silvolde en Terborg, en gemeentebreed jeugdboa (buitengewoon opsporingsambtenaar, red.). "Mensen denken in veel gevallen dat jongeren niet zijn aan te spreken, maar die angst is vaak nergens op gebaseerd. De jongeren zoeken een plekje, omdat ze onder elkaar willen zijn of bijvoorbeeld voor de eerste keer een vriendinnetje hebben. Sommigen zijn lang op zo'n hangplek, anderen maar een half uurtje per keer. En als ze ouder zijn en niet meer bij elkaar op school zitten, dan waaieren ze uit", is zijn ervaring. "Als je vertelt wie je bent en met hen in gesprek gaat, staan ze daar heel erg voor open", voegt Jeroen Waijenberg, jongerenstraatcoach in Oude IJsselstreek, toe.
Dat met de jongeren in gesprek gaan, is één van de voornaamste uitgangspunten binnen de aanpak die vanaf nu wordt ingezet en waaraan sinds afgelopen 1 september, de datum waarop Waijenberg in de gemeente werd aangesteld, wordt gebouwd. Waar Walta kan bogen op jarenlange ervaring in Oude IJsselstreek, neemt de jongerenstraatcoach kennis en kunde mee, die hij onder andere opdeed in de gemeente Zutphen. "Ik heb zeven jaar voor Perspectief Zutphen gewerkt, een organisatie die aangestuurd door de gemeente laagdrempelig contact met jongeren onderhield. De grootste input kwam daar via de politie en leerplichtambtenaren", zegt Waijenberg. "Werd probleemgedrag geconstateerd, dan gingen we kijken wat er speelde. Wat maakt dat een jongere hangt en overlast bezorgt? Meestal blijkt er dan meer aan de hand te zijn. We proberen dan 'achter de voordeur te komen'. Hebben de ouders een beeld van wat hun kind zoal doet? We willen zorgen voor bewustwording. Zoiets gaan we in Oude IJsselstreek ook opbouwen, waarbij ik word aangestuurd door een politieagent en een gemeentelijk coördinator."
In Oude IJsselstreek wordt daarbij uitgegaan van de PlusMinMee-methode, waarbij 'in basis de groepsdynamische werking van de jeugdgroep in kaart wordt gebracht' door de betrokken instanties. Het leert welke positieve en negatieve jongeren, respectievelijk 'Plus' en 'Min', effect hebben in de groep. Daarnaast wordt duidelijk wie de meelopers, 'Mee', zijn en voor welk gedrag - positief of negatief - ze vatbaar zijn. Om de doelgroep goed in kaart te brengen, is het van belang met de jongeren in gesprek te komen. De instanties moeten daarom dicht op de jongeren en hun (belevings)wereld staan en hen laten weten dat ze er niet tegen, maar juist vóór hen zijn. "Ik ben soms de stok om mee te slaan, maar ik ben er in de eerste plaats om signalen te herkennen. En we zijn er voor álle jongeren in de gemeente Oude IJsselstreek", aldus Walta. "We gaan meer in het voortraject bezig, zodat de jongeren weten dat we er zijn", gaat Waijenberg verder.
De jongerenstraatcoach haalt een voorbeeld aan van overlast die op een locatie in één van de kernen in Oude IJsselstreek werd ervaren doordat jongeren er veel vuurwerk afstaken: "Ga je dan op handhaving zitten of ga je in gesprek met de jeugd ver voordat de jaarwisseling eraan komt? We zijn in een vroeg stadium bij elkaar gaan zitten en daardoor is er nu geen overlast." Walta vervolgt: "Je zegt ook tegen de jongeren: 'Loop nu eens met dat vuurwerk de hele wijk door en steek het niet op één en dezelfde plek af.' Als je hen uitlegt dat het door sommigen als overlast wordt ervaren, is er begrip. Het valt of staat met voorlichting."
De rol van 'stok om mee te slaan' vervult Walta bij voorkeur niet. "Neem het meest simpele voorbeeld van het veroorzaken van overlast: het op straat weggooien van afval. Ben je boven de 16 jaar, dan krijg je een boete van 140 euro plus 9 euro administratiekosten. Ben je onder de 16 jaar, dan wordt dat bedrag gehalveerd. Maar je weet niet waarmee je iemand opzadelt? Je weet niet waartoe zo'n boete leidt", licht hij toe. "Vaak worden de boetes gestapeld en uiteindelijk komt het voor rekening van de belastingbetaler." Waijenberg, die het recente pleidooi van televisiepresentator Beau van Erven Dorens op Instagram tegen deze 'verspilde energie van het ambtelijk apparaat' aanhaalt, deelt Walta's mening: "Er is veel meer respect als je het gesprek met hen aangaat en ik ben er dan ook van overtuigd dat dat werkt." "Er zijn zelfs ouders die tegen ons zeggen, dat ze graag hebben dat we hen bellen, wanneer hun kind ergens bij is betrokken", aldus Walta. "In verband met de nieuwe privacywetgeving mogen we dat bij jongeren vanaf 16 jaar niet meer doen; die zijn dan soms pas op de hoogte als de acceptgiro op op de deurmat ligt. Maar het gaat niet om de boete, het gaat om gedragsverandering."
Waijenberg en Walta hebben meer vertrouwen in een positieve aanpak. "Jongeren zijn altijd wel ergens goed in; dat kun je stimuleren. Of je stuurt hen naar een sportvereniging, het streetball van Benny Vonk in Silvolde of Mills Gym van Milton Rijn in Ulft. Dat zijn initiatieven die heel dicht op het individu zitten", zeggen ze. Walta: "Deze aanpak aan de basis betaalt zich in de toekomst uit. Want als de jongeren ontsporen, is later veel dure zorg nodig."

Meer berichten