Foto: Roel Kleinpenning

Laaggeletterdheid komt veel voor

door Carla van der Meer

Ulft - Laaggeletterdheid komt meer voor dan gedacht. Landelijk kan één op de negen Nederlanders niet goed lezen en schrijven. Zij durven hier vaak niet voor uit te komen. De hoogste tijd dat hier aandacht voor gevraagd wordt, vinden wethouder Peter van de Wardt van de gemeente Oude IJsselstreek, Kor Datema, voorzitter platvorm werk en inkomen, en Hetty Wolf, directeur bibliotheek Achterhoekse Poort. Zij vragen hier aandacht voor door een mat met opschrift 'Kunt u dit lezen?' neer te leggen bij de ingang van Mini Manna in Ulft.

Mini Manna is één van de locaties waar de mat neergelegd is. Er komen ook matten bij locaties waar veel mensen komen, zoals bij wijkhuizen, consultatiebureaus, huisartsenpraktijken en bibliotheken. "We willen graag dat verschillende organisaties meer gaan samenwerken om laaggeletterdheid de signaleren", zegt Datema. "Laaggeletterdheid heeft onze aandacht nodig. Onder andere het Taalhuis is al bezig om dit aan te pakken. Stichting lezen en schrijven heeft onderzoek gedaan en 13,4 procent van de mensen in de Achterhoek is laaggeletterd. Maar dit percentage zien we niet terug in het aantal mensen dat een cursus volgt. We denken dat het probleem onderschat wordt. Mensen die laaggeletterd zijn, weten dit vaak handig te verbergen. Ze zijn hun bril vergeten, of willen een formulier liever thuis invullen. Maar wat als een partner wegvalt? Verder willen we ook aandacht besteden aan de digitale wereld. Niet iedereen kan omgaan met een computer."

Intelligentie

Zes procent van de werkende bevolking en 20 procent van de ouderen heeft moeite met lezen en schrijven. "Dat heeft niets te maken met intelligentie", laat Datema weten. "Het kan ook opeens gebeuren door bijvoorbeeld een hersenbloeding." "Als je ergens op een feestje bent, zou daar qua percentage iemand moeten zijn die laaggeletterd is", zegt Van de Wardt. "Zo kun je nadenken of je iemand in je omgeving kent die moeite heeft met lezen en schrijven. Ook hebben één op de tien kinderen en jongvolwassenen onvoldoende taalniveau. Het leren van taal begint als het ware in de wieg. Als ouders goed taalvaardig zijn, leren de kinderen het makkelijker, bijvoorbeeld doordat die ouders de kinderen voorlezen en met hen naar de bibliotheek gaan." "We merken ook dat zodra de kinderen van de basisschool zijn, ze minder geprikkeld worden om te lezen", geeft Wolf aan. "Zo neemt de taalvaardigheid weer af. Daarom is de zomerschool belangrijk, want ook in de zomervakantie zakt de taalvaardigheid weg. Het is een leven lang leren. Het is een plezier om informatie op te nemen." "We zien dat kinderen steeds jonger stoppen met boeken lezen", vertelt Datema. "Dat heeft onder meer te maken met de sociale media. Maar het ligt er ook aan hoe het thuis gestimuleerd wordt. Zien lezen doet lezen."

Meer informatie:

https://www.bibliothekenachterhoek.nl/

Meer berichten

Shopbox