Logo oudeijsselstreekvizier.nl


Column Ulevel: Blij van zin

"Weet u de weg naar Varsveld." Even daarvoor was ik fors in de remmen gegaan. Uit een zandpad komend, fietste ik met mijn hoofd in de wolken en dan is het zicht belemmerd.

Zo had ik niet opgemerkt dat er aan het einde van het pad twee vrouwen het kruispunt bezetten. Tijdens mijn fietstochten ben ik altijd blij van zin. Een constatering, die ik zo tegen de komst van Sinterklaas wel vaker bezig. 'Daar stopt hij, blij van zin, De hele, de hele de hele wereld in'. Ik kijk om me heen en voel me werelds, maar soms leidt mijn geheugen mij van het pad. Ver weg. Op lange of korte termijn.

Ze is twee en heet Roos. Zelf spreekt ze de R uit als J. Dat zagen de ouders ook niet aankomen bij het bedenken van de voornaam. 'Met Joos', zegt ze als ze belt met behulp van de moeder. Er schiet een brok in mijn grootvaders keel. Ze is trots mij de kleuren van haar speelgoed te kunnen vertellen en somt op: 'Blauw, groen, jaws.' Ze kan een flinke keel opzetten en schaamt zich niet voor haar tijdelijk spraakgebrek.

Het stemgeluid, de klank van de stem, vind ik belangrijk. In mijn puberale jachtperiode kon ik al snel echt afknappen op het geluid van een recente vrouwelijke verovering. Als ze, zeg maar, een stem had als Kim Feenstra, waarmee ze de daad becommentarieerde, dan presteerde ik belabberd.

De vrouw keek mij vragend aan en herhaalde 'Varsveld?". Ze had een prettig onnederlands accent. Duidelijk geen Achterhoekse roots. Maar in een regio met veel Duitse voorouders horen we nergens van op te kijken. De andere vrouw tuurde op een briefje. Het had stof tot een column kunnen opleveren. Maar ik zei: 'Deze weg volgen. Dit ís de weg naar Varsveld". Ik stapte op en fietste weg.
Mijn hoofd stond niet naar gezelschap. Op mijn bagagedrager dumpt mijn brein mij al vele metgezellen. Even verder sloeg ik linksaf en keek opzij. In de verte zwaaiden twee armen mij schuchter vaarwel.

2 reacties
Meer berichten