Maar net ontsnapt aan deportatie ....


<p>Isaak en Jet Heilbron bij hun 60-jarig huwelijksfeest in Terborg.</p>

Isaak en Jet Heilbron bij hun 60-jarig huwelijksfeest in Terborg.

(Foto: )

Maar net ontsnapt aan deportatie ....

In dit jubileumjaar ‘75 jaar vrijheid’ heeft deze krant al enkele artikelen gepubliceerd over de lotgevallen van de bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verhalen van geweld, angst, verzet en verraad. Van overledenen en overlevenden. Sommigen zijn de macabere dans ontsprongen, maar van een happy end kan geen sprake zijn. Het verhaal van de familie Herschel.

door Marcel van Berkum

Terborg - Isaak Herschel werd in 1881 geboren in Genemuiden als telg van een omvangrijke joodse slagersfamilie. Hij werd slagersknecht in Dinxperlo en trouwde er met Henriette (Jet) Heilbron, dochter van de slager. Zij gingen wonen aan de Looiersweg in Terborg. Isaak was veehandelaar en gerespecteerd lid van de gemeenschap. Zo was hij 8 jaar gemeenteraadslid, maakte 15 jaar deel uit van de marktcommissie in Terborg en was 50 jaar voorzitter van de joodse gemeente. Er kwamen twee zonen Herman en Bram. De één werd chirurg in Amsterdam, de ander dierenarts in Doetinchem.

Jungblut

Jet Herschel-Heilbron had veel familie in het Duitse Stromberg. Haar nicht Franzisca woonde er met echtgenoot Max Jungblut en de 12-jarige dochter Lydia. In 1938 na de Kristallnacht vluchtte het gezin, samen met de ouders van Max, voor het antisemitisme. Beide gezinnen gingen in Terborg naast de familie Herschel wonen. Na enkele maanden verhuisden de ouders naar Amsterdam. Landbouwer Max bleef met vrouw en dochter in Terborg wonen. Tijdens de oorlog doken Max en Franzisca eerst onder in Sinderen. Vervolgens werd het Richtershuis, tegenover hun woonhuis, hun schuiladres. Daar zijn ze in december 1943 door verraad opgepakt en in januari 1944 in Auschwitz vermoord. Dochter Lydia zat in de omgeving ondergedoken en heeft de oorlog overleefd. Haar opa en oma zijn in Amsterdam opgepakt en ook omgebracht. Zij is later door de familie Herschel als pleegdochter in het gezin opgenomen.

Amsterdam

Isaak en Jet Herschel waren in Terborg al eens aan een razzia ontsnapt, omdat een bevriende politieagent hun huis oversloeg. In 1943 bleken hun namen te staan op een lijst voor transport naar Kamp Vught. Burgemeester Boot van Wisch trachtte dit te voorkomen. In een brief van 6 april verzocht hij het Nederlandse bestuur onder de Duitse bezettende macht om de Herschels op de zogenaamde Frederikslijst te plaatsen. Een groep Nederlandse joden verhuisde, met Duitse instemming, naar huize De Schaffelaar in Barneveld om ze te vrijwaren van deportatie vanwege hun maatschappelijke betekenis. Zo’n 600 joden kwamen er terecht, zoals juristen, musici en hoogleraren. Zij zijn later wel op transport gesteld, maar de meesten hebben de oorlog overleefd. Boot schreef onder meer over Isaak Herschel: “Moge ik u dringend verzoeken de hierna vermelde joden, die zich in deze gemeente zeer verdienstelijk hebben gemaakt, voor boven omschreven gunstige bepalingen in aanmerking te laten komen.” Het verzoek werd afgewezen en Isaak en Jet Herschel besloten te vluchten naar Amsterdam.

Ziektebeelden

In Amsterdam werkte zoon Herman Herschel als chirurg bij het Nederlandsch Israëlitisch Ziekenhuis (NIZ). Door joden te voorzien van gefingeerde ernstige ziektebeelden lukte het de artsen om deportatie van die ‘patiënten’ te voorkomen. Ook had het personeel veel contacten in de illegaliteit en wist joden op onderduikadressen onder te brengen. Zo zijn honderden personen van een wisse dood gered. Herman had een zogenaamde ‘sperr’ vanwege zijn beroep als arts en kon zich in de eerste oorlogsjaren ‘vrij’ bewegen. Na enkele maanden werden ouders Isaak en Jet in Amsterdam opgepakt en opgesloten in de Hollandse Schouwburg. Tienduizenden joden werden er verzameld en daarvandaan weggevoerd. Herman wendde direct zijn goede contacten bij de Joodse Raad aan en wist zijn ouders ‘eruit te praten’. Isaak en Jet doken vervolgens onder in Groessen en later weer in de Achterhoek, in Kilder.

Ondergedoken

In 1942 trouwde Herman Herschel met Thea Fruitman uit Amsterdam en ze gingen in het ziekenhuis wonen. Op 13 april 1943 werd het NIZ door de Duitsers overvallen en gesloten. Patiënten en artsen moesten mee. Thea en Herman wisten met valse papieren te ontsnappen naar Groenekan bij Utrecht, waar Herman’s studievriend Siem Buddingh met zijn gezin woonde. Herman heette vanaf dat moment Willem Buddingh, broer van Siem. Hij fietste regelmatig naar het onderduikadres van zijn ouders en nam dan op de terugweg voedsel mee. Ook ging Herman vaak langs bij zijn broer Bram voor wie hij een onderduikadres in Amsterdam had geregeld. Door verraad werd de situatie in Groenekan onhoudbaar en de Herschels verkasten naar Zuilen, waar ze de bevrijding meemaakten.

Terug

Na de oorlog keerden Isaak en Jet Herschel terug naar Terborg en namen pleegdochter Lydia in het gezin op. Ze kregen huis en inboedel weer terug. “Grootvader was een lieve beminnelijke man, zacht en klein net als grootmoeder Jet. Hij was gek op ons en was altijd ontzettend blij als we kwamen.” zegt Ilona Arkenbout-Herschel. Zij is de dochter van Herman en woont in Wageningen.

Stichting Struikelstenen Gem. Oude IJsselstreek laat in april 2021 struikelstenen plaatsen ter nagedachtenis aan de joodse slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog

Herman Herschel befaamd chirug

Herman Herschel is geboren op 27 maart 1910 in Terborg als zoon van Isaak en Jet Herschel. Na de lagere school in Terborg bezoekt hij de HBS in Winterswijk. In een interview vertelt hij: “We waren niet erg orthodox, maar mijn vader wist alles van het jodendom. Ik merkte van het joods zijn heel weinig, zowel in Terborg als in Winterswijk. Ik ging ook eigenlijk niet met Joden om. Ook mijn hele hebben en houden was niet joods. Wel ging ik één keer per week naar de sjoel, want mijn vader was voorzitter (parnas). Maar voor de rest deden we er niet zoveel aan.” Herman studeert in 1935 in Utrecht af als arts. Zijn ijzeren geheugen kwam daarbij goed van pas, volgens eigen zeggen. Hij reist als scheepsarts en wordt in 1938 aangenomen in het Nederlands Israëlitisch ziekenhuis (NIZ) in Amsterdam. Na de oorlog gaan Herman en Thea met hun dochters Andrea en Ilona in Amsterdam wonen. Herman besluit orthopedisch chirurg te worden. Hij wordt een veelgevraagd spreker en na de oorlog algemeen erkend als de grondlegger van de reuma-chirurgie in Nederland. Herman overleed op 26 juni 1999 in Amsterdam.

Meer berichten